Het hielbeen (calcaneus) is een groot en stevig bot dat een belangrijke functie heeft bij het staan (het moet dan ook veel lichaamsgewicht kunnen dragen) en bij het afwikkelen van de voet tijdens het lopen. Het hielbeen heeft een direct gewrichtscontact met het sprongbeen (talus), dat een belangrijk onderdeel van het enkelgewricht vormt. Beschadigingen van het gewricht tussen hielbeen en sprongbeen, het onderste spronggewricht genoemd, leiden tot bewegingsbeperkingen van de voet bij het lopen. Het hielbeen heeft ook een gewrichtsvlak met een der middenvoetsbeenderen en het vormt een aanhechtingspunt voor een aantal enkelbanden en pezen in de voet.Klachten/blessures aan de hiel komen het meest voor op twee voorkeursplaatsen. Dit zijn: pijn aan de achterzijde van de hiel en pijn aan de onderzijde van de hiel.
De klachten die aan de onderzijde van de hiel gelokaliseerd zijn zullen nader worden besproken.

hielspoor fascia plantaris pijnlijke plek

 

Pijn aan de onderzijde van het hielbeen:
Calcaneodynie (hielpijn)
Hielspoor
Peesplaatontsteking (fasciitis plantaris)

Calcaneodynie
Het vetkussen, dat zich onder de hiel bevindt, zorgt voor een goede demping tijdens het staan en lopen. Maar dit vetkussen verliest, naarmate we ouder worden, deels zijn functie. Dit betekent dat het vetkussen dunner wordt en het dempend vermogen vermindert, waardoor het hielbeen overbelast of geïrriteerd kan raken.

Hielspoor
Een hielspoor is een uitgroeisel van botweefsel aan het hielbeen in de vorm van een kromme doorn. Een hielspoor bevindt zich vaak daar waar de peesplaat zijn aanhechting heeft op het hielbeen. Dit is met röntgenfoto’s aan te tonen. Indien er op de röntgenfoto geen afwijkingen te vinden zijn dan is er eerder sprake van een irritatie of ontsteking van de peesplaat. De pijnplaats bij een hielspoor is vaak met één vinger aan te wijzen.

voet hielspoor rontgen

Peesplaatontsteking
Dit peesblad (fascie) loopt naar de tenen toe en waaiert uit tot de kopjes van de middenvoetsbeentjes. Het steunt het lengtegewelf van de voet ter hoogte van de zool (plantair) en vergroot als gespannen band de afzetkracht van de voet tijdens hardlopen en springen. Het peesblad is niet erg elastisch, omdat anders de voet fors zou doorzakken bij het staan en de afwikkeling verstoord zou raken. Een peesplaatontsteking (plantaire fasciïtis) wordt meestal veroorzaakt door een te grote trekkracht aan de aanhechting van de peesplaat onder de voet.

 

Klachten hielspoor en peesplaatontsteking

Peesplaatontsteking is dus niet hetzelfde als hielspoor. De klachten zijn meestal hetzelfde.
De gangbare term voor alles wat met hielpijn te maken heeft is ‘hielspoor’, maar dat is niet helemaal correct. Veel mensen met hielpijn hebben geen hielspoor en omgekeerd kunnen mensen met een verkalking aan het hielbeen nergens last van hebben. De spoor zelf veroorzaakt namelijk niet de pijn. De ontsteking aan het bindweefsel veroorzaakt de pijn. Het is soms moeilijk om deze klachten van elkaar te onderscheiden, omdat ze nagenoeg dezelfde symptomen hebben en zich op dezelfde plaats manifesteren.
Meestal is er een scherpe pijn bij het staan en een branderig of zeurend en stijf gevoel aan de hak en door de voet heen. Ochtendstijfheid en stijfheid na rust zijn karakteristiek, zoals bij veel peesontstekingen, evenals de startpijn gedurende de eerste meters lopen.
Afhankelijk van de ernst zal er ook pijn ervaren worden tijdens het lopen.

Ontstaan van de peesplaatontsteking

Peesplaatontsteking wordt vaak veroorzaakt door overbelasting. Als je je voet heel veel belast, heeft het peesblad veel te verduren; er komt te veel druk en spanning op te staan. Er kunnen scheurtjes ontstaan in het peesblad en die kunnen irritatie of een ontsteking veroorzaken. Als je een peesplaatontsteking hebt, kan het ook zijn dat je lichaam kalk af gaat zetten op de peesplaat. Er kan dan een botwoekering ontstaan, waardoor je hielspoor kunt krijgen. Het is dus belangrijk om niet te lang door te blijven lopen met klachten. Peesplaatonsteking is beter te genezen dan hielspoor.

hielspoor oorzaken

Een aantal factoren spelen een rol:

  • Overbelasting vanwege sport (o.a. hardlopen), maar ook teveel staan en lopen tijdens het werk.
  • Verkeerde voetfunctie, met name doorgezakte voeten (overpronatie). Als je een doorgezakte voet hebt gaat de enkel tijdens het lopen te ver naar binnen en zakt de binnenkant van de voet te veel naar beneden. Daardoor wordt de peesplaat te ver opgerekt tijdens het lopen.

overpronatie benen e1432213180261

 

 

  • Stijve achillespezen of kuitspieren; daardoor wordt de peesplaat ook extra belast.
  • Overgewicht, de peesplaat wordt door het extra gewicht meer belast.
  • Ouderdom: spieren verzwakken en pezen worden droger en taaier (minder flexibel) Dit proces begint al na je veertigste.

Wat kan podotherapie Bremer betekenen
Onderzoek moet uitwijzen of het hielbeen scheef staat of verkeerd wordt belast, want dit heeft invloed op het hielbeen zelf en de omgevende pezen maar ook op de rest van de voet. Daarnaast wordt onderzocht of het gaat om een hielspoor of een peesplaatontsteking of een combinatie van beide. Voor beide aandoeningen is het belangrijk de voet te ondersteunen om overrekking te vermijden. Een goede stabiele schoen met al dan niet een corrigerende inlegzool is een eerste vereiste. Daarnaast is het voor het echte hielspoor belangrijk de plaats van de botvorming te ontlasten door het maken van een uitsparing in de zool ter hoogte van het pijnpunt. Een podotherapeut kan bij een peesplaatontsteking deze direct ontlasten door een taping aan te leggen waarbij de spanning in de peesplaat vermindert. Als de klachten ontstaan door een verkeerde voetstand, afwikkeling of belasting van de voet heeft een podotherapeut verschillende therapiemogelijkheden te bieden. Daarbij moet men denken aan (sport)inlegzolen, schoenadvies, tijdelijke ontlasting (tape en/of zool) in combinatie met fysiotherapie, andere orthesen, loopadvies. In hardnekkige gevallen is echter een injectie of een operatie noodzakelijk.

 

 

 

 

 

0413-331090

Stel een vraag | Maak afspraak